The River Ganga Foundation Great NonProfits badge  
Subscribe to our free newsletter.

Korte Autobiografie

 

русский limba română deutsch english italiano

 

 

In de zomer van 1942 werd ik in Camden, in de staat New Jersey (Nieuw-Jersey), geboren uit een vader en een moeder waarvan ik mij niets meer kan herinneren dan mij door anderen is verteld. Zij gingen uit elkaar toen ik een jaar of drie, vier was en ik werd daarna door mijn oma, die lid was van de Pinkstergemeente, en mijn opa grootgebracht.

De laatste stierf toen ik een jaar of tien was en mijn moeder kwam naar het stadje voor het bijwonen van zijn begrafenis. Vrij spoedig daarna hertrouwde zij met een lieve en aardige man die gereedschap- en mallenmaker van beroep was. Hij bracht me veel bij en door hem ontstond mijn filosofische kijk op het leven. Ik ging weer bij mijn ouders wonen en binnen een jaar verhuisde ons gezin naar het zuiden van Californië.

Toen ik ongeveer vijftien jaar was, pikte ik het chequeboekje van mijn ouders, boekte met een vervalste handtekening op een van de cheques een vlucht naar New York en nam mijn intrek in het Plaza Hotel. Ik schafte een uitgebreide garderobe voor mezelf aan en kocht allerhande luxe spullen. Ik ging gokken, begon te drinken, bestelde dagelijks exquise maaltijden en kocht tenslotte in de juwelierswinkel van het hotel een peperduur horloge van het merk Patek Phillipe ter waarde van 2.500 dollar. Alles werd betaald met ongedekte en vervalste cheques van mijn ouders (toen kon een kind veel meer uithalen dan tegenwoordig). Het horloge deed me uiteindelijk de das om, want de hotelbeveiliging kreeg lucht van mijn malversaties, telefoneerde een paar keer naar Californië en kwam me niet lang daarna ophalen. Ze belden uiteindelijk naar mijn grootmoeder in New Jersey, die genoeg geld overmaakte om me vrij te kopen en een treinkaartje naar haar woonplaats te kopen.

Ik bleef een tijdje bij mijn oma wonen en kreeg na verloop van tijd een affaire met een getrouwde vrouw, werd betrapt door haar echtgenoot, een ex-marinier, en vluchtte tenslotte het leger in en speelde daarna drie jaar lang in Duitsland voor soldaatje.

Na mijn ontslag uit het leger keerde ik terug naar mijn oma en in Camden werd ik op de scheepswerf waar mijn opa had gewerkt aangenomen als leerling-machinebankwerker. Ik leerde zodoende een gedegen vak waarop ik later zou kunnen terugvallen en kreeg daarna een hele serie lucratieve maar ook een aantal karig betaalde baantjes en beleefde een paar stomme avonturen. Kort na het behalen van mijn diploma als machinebankwerker ging ik een tijdje voor een groep letselschadeadvocaten werken op jacht naar slachtoffers van ongevallen en toen me dat niet zo beviel, nam ik een betrekking aan als baas van de nachtploeg in de werkplaats van TRW. Weldra verliet een vrouw, die onder me werkte, haar man en samen met haar vertrok ik naar het zuiden van Californië. Daar begon mijn carrière als pokerspeler en liet ik me in met allerlei oplichtingspraktijken met creditcards en ongedekte cheques – De vrouw waarmee ik samenwoonde bleef daarna niet lang meer bij me en ze vertrok.

Toen de politie mijn huis binnenviel en het helersnetwerk voor mijn gestolen spullen oprolde, kon ik ternauwernood ontsnappen en ik vluchtte, samen met een andere vrouw en haar drie kinderen naar Oregon - zij was zelf op de vlucht voor haar man. Ik nam een baan aan als verkoper van fotokopieerwerk, maar al vrij spoedig werd ik gearresteerd toen bleek dat mijn auto in Californië was gekocht met een ongedekte cheque. Ik werd beschuldig van de federale misdaad van het vervoeren van een gestolen voertuig door verschillende staten en werd op transport gesteld naar Portland, Oregon om te worden berecht door het federale hof aldaar. Ik bekende schuld in de hoop voorwaardelijk vrij te komen, maar in plaats daarvan werd ik door een rechter met de veelzeggende naam Salomon veroordeeld tot drie jaar opsluiting in de penitentiaire inrichting op McNeil Eiland.

Daar maakte ik al snel vrienden en gezamenlijk kwamen we in opstand. We lazen Marx en Engels, Lenin en Mao en begonnen onszelf te zien als politieke gevangenen in plaats van een stelletje gewone criminelen. Tenslotte slaagden we erin een geweldloze staking te organiseren die dertien dagen duurde. Ik kwam daardoor terecht in eenzame opsluiting en kreeg te horen dat ik daar tot aan mijn vrijlating zou moeten blijven. Men hield zich aan die belofte.

Na achttien maanden eenzame opsluiting werd ik vrijgelaten en ging terug naar de vrouw waarmee ik uit Californië was gevlucht. Ik kreeg werk als machinebankwerker op de researchafdeling van Boeing en meldde me ook aan bij de Revolutionaire Communistische Partij. Na een paar jaar kreeg ik een ideologisch meningsverschil waardoor ik die club verliet en ik kwam weldra terecht bij een bende uitschot met anarchistische en communistische ideeën "geleid" door een van mijn oude maten uit de gevangenis van McNeil. Ze noemden zich nogal aanmatigend de George Jackson Brigade. Vrij spoedig had ik hen er van overtuigd de anarchistische "ideologie" te laten varen en op te houden met het overvallen van supermarkten en andere winkels waar meestal minder draagkrachtigen hun dagelijkse boodschappen deden. In plaats daarvan kreeg ik ze zo ver een plan te beramen voor het saboteren van de elektriciteitsvoorziening van de rijkste buurt van Seattle – Laurelhurst – door het organiseren van een staking onder de plaatselijke elektriciens. We beoogden daarmee de rijke inwoners te laten inzien dat hun welvaart voor een groot deel afhankelijk was van de vaak onderbetaalde arbeid van anderen. Op Oudejaarsavond 1970 sloten we de stroom voor de wijk af, maar niet eerder dan nadat we de politie en de media hadden ingeseind om er zeker van te zijn dat onze actie uitgebreide aandacht op TV zou krijgen. Het was een daverend succes. De staking liep snel ten einde en daarna gingen we ons weer bezighouden met het beroven van banken. Minder dan een maand na Laurelhust, probeerden we een mobiele bank in Tukwila, Wahington te beroven, maar we werden op heterdaad betrapt en gearresteerd. Een van ons werd doodgeschoten, ik liep een schotwond in mijn kaak op en mijn oude kameraad en ik gingen samen terug naar de gevangenis.

Ik bleef echter niet lang achter de tralies, want ongeveer zes weken later slaagde ik erin met de hulp van kameraden die destijds niet waren opgepakt, te ontsnappen. We verlieten voor een tijdje de stad om onze wonden te likken en weer op krachten te komen. Na een jaar begonnen we weer met het beroven van banken, het saboteren van kapitalistisch instellingen en het zaaien van verwarring onder onze vijanden. We hielden dat een jaar lang vol, maar werden toch weer gepakt en opnieuw veroordeeld, waarbij ik wel wil opmerken dat de verhalen over mijn rechtszaken en vonnissen het vermelden zeker waard zouden zijn, ware het niet dat ze veel meer ruimte in dit korte overzicht zouden innemen dan ik van plan ben. We kwamen in ieder geval weer in het gevang terecht. Tussen de rechtszaak en het transport naar de gevangenis door, trouwde ik met onze onderzoeksrechter. De huwelijksplechtigheid in het federale gerechtsgebouw werd ook bijgewoond door een aantal tot de tanden bewapende FBI-agenten. Je zou met recht kunnen opmerken dat dit een gedwongen huwelijk was.

Ik werd veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf – een daad van opperste clementie van het Hof welke de Officier van Justitie zowat een toeval bezorgde – en naar de penitentiaire inrichting in Lompoc gestuurd, waaruit ik na een paar maanden echter met behulp van mijn lieftallige nieuwe echtgenote opnieuw wist te ontsnappen.

Deze keer kwam ik terecht op de lijst van de FBI met de tien meest gezochte misdadigers (dat was pas raar), maar ik slaagde er toch in op het rechte pad te blijven. We verhuisden naar Golden in Colorado en ik nam een baantje aan als machinebankwerker bij Sundstrand, een bedrijf in Denver dat gespecialiseerd is in lucht- en ruimtevaarttechniek. Alles ging redelijk goed, totdat ik een campagne opstartte voor het binnenhalen van de vakbonden binnen de muren van dit fanatieke anti-vakbondsbedrijf in de al evenzeer anti-vakbondsstaat van Colorado. Ik werd op staande voet ontslagen, maar werd later vorstelijk gecompenseerd wegens overtreding door het bedrijf van de vakbondswetten die ontslag van een werknemer wegens het organiseren van vakbondsactiviteiten verbieden. Ik had in de tussentijd overigens ook een dermate goede staat van dienst opgebouwd waar het mijn werkzaamheden betrof, dat Sundstrand me op grond van vermeend slechte prestaties onmogelijk kon ontslaan.

Een paar jaar na mijn ontsnapping uit Lompoc, begingen we een vergissing en werden gearresteerd. Ik werd direct in de federale gevangenis van Marion in Illinois ondergebracht, die in die tijd gold als "het eindstation", bedoeld voor de "het schuim van de natie". In federale inrichtingen is het gebruikelijk dat gevangenen met tussenpozen van een paar jaar worden overgeplaatst en als gevolg daarvan diende ik in de loop van de tijd mijn straf uit in Lewisburg, Pennsylvania; Atlanta, Georgia; Talladega, Alabama; Terre Haute, Indiana; El Reno, Oklahoma; Bastrop, Texas; Sheridan, Oregon; Englewood, Colorado en tenslotte in Florence, Colorado.

Toen ik inmiddels vijftien jaar van mijn straf had uitgezeten, kwam Gangaji op een dag naar de federale gevangenis van Englewood in Colorado en in en door haar aanwezigheid ontdekte ik in mezelf vrede, vrijheid en onvoorwaardelijke liefde. Na een nieuwe ontmoeting met Gangaji drieënhalf jaar later werd ik vrijgelaten en ging ik aan het werk voor de Gangaji Foundation in Boulder, Colorado. Zes maanden later verhuisde die stichting naar Californië en ik ging mee.

Op een vrijdagnamiddag in 1999 ontdekten Carla en ik zonder voorafgaande waarschuwing dat we voor elkaar bestemd waren. De daaropvolgende maandag gaven we onze eerste gezamenlijke openbare satsang en‘s woensdags daarop trouwden we in de tuin van onze vrienden met uitzicht over de baai van San Francisco. We zijn sedertdien bij elkaar, organiseren talrijke satsangs en wonen sinds augustus 2001 in Ojai, Californië samen met onze prachtig Maine Coon kat Switters.

Vertaling door Jan P. Smith.